Tussenkomst begrotingsbespreking 2012 We zien de begroting van een OCMW meer als een politieke aangelegenheid dan een technische. Vandaar onze keuze als oppositie om onze tussenkomst te beperken tot de sociale en politieke impact van de begroting 2012 op de armoedebestrijding in Oostende.Hoewel Groen! met sommige zaken akkoord gaat, globaal genomen zien we dit als een begroting van perceptie met een doel voor ogen: verkiezingen 2012 te winnen zonder rekening te houden met de schrijnend armoede in Oostende. Cijfers tonen aan dat Oostende een integrale, gecoördineerde armoedebestrijdingspolitiek  nodig heeft om de hoge armoede, onze kerntaak, weg te werken. Een begroting geeft aanzet tot dit taak. De grootste zonde van deze begroting is dat het heeft gefaald op dit cruciaal vlak. Laat ons eerst even de cijfers bekijken: volgens de Kansarmoedeatlas West-Vlaanderen 2011 is één op de vier West-Vlamingen wonende in een kansarme buurt, in Oostende gedomicilieerd (25,8%). Voor Kortrijk is dit 13,2 procent, Brugge 11 procent en Roeselare 4 procent. Hetzelfde rapport stelt dat in West-Vlaanderen 9,44% van de bevolking in een kansarme buurt woont.  Met 40,72 procent is Oostende echter de grote “uitschieter”.  Over kinderen weet de Kansarmoedeatlas ons te vertellen dat van alle West-Vlaamse leerlingen in het lager onderwijs 14,62 procent minstens één jaar schoolse vertraging heeft. Met 29,22 procent van alle leerlingen is Oostende weer één van de koplopers.Daarom is de oprichting van ‘Huis van het Kind’ een goede zaak die onze volledige steun krijgt. Dat het juiste beleid wordt uitgevoerd is voor ons belangrijker dan wie een initiatief het eerst lanceert. Ja, we kwamen het eerst uit met het initiatief rond het ‘Huis van het Kind’ maar dat is van minder belang. Het wordt een feit; dat is het belangrijkste. Ook noemenswaardig  is de keuze om af te stappen van de ondoordachte visie van voorzitter Franky De Block van “één dag werken om in aanmerking te komen voor pensioen.” Het feit dat wij nu als Raad  – na bakken kritiek van Groen! en zelfs coalitiepartner Open VLD  - een andere pad aan het bewandelen zijn , is een zeer goede zaak. De nieuwe boodschap in die discussie rond Inkomen Garantie Ouderen (IGO) is: op tijd beginnen om ouderen klaar te stomen voor een rechtvaardig pensioen. We juichen deze en andere beleidskeuzes natuurlijk toe. Maar op andere cruciale beleidsgebieden waren we verkeerd bezig geweest. De begroting 2012 toont aan dat de coalitiepartners in de Raad, met name, SP.a en open VLD  vastberaden zijn om die verkeerde keuzes verder te zetten.Een aantal elementen willen we graag toelichten:1. Energiearmoede:Daar er budgetaire provisie is; laat het Oostende toe om nu permanent  in te tekenen op het systeem van de minimale levering van gas. Dit is een goede zaak. Maar daardoor is energiearmoede niet opgelost.  Verwarming in de winter is onbetaalbaar voor  vele Oostendenaars. De meerderheid van die energiearmen vallen uit de boot .  Sta mij toe even op te merken dat mensen met een budgetmeter uitgebuit worden omdat ze niet anders kunnen dan het duurste tarief van België te betalen. Het verhaaltje dat dit zo is om mensen aan te moedigen over te schakelen op een commerciële leverancier is onaanvaardbaar. Het blijft zo omdat die mensen in de schulden zitten en daardoor niet van leverancier kunnen veranderen. Ondertussen blijft Eandis een monsterwinst maken! We kunnen als Sociaal Huis niet verzekeren  dat de minimale levering van gas zoals het nu is in staat is om de aangehaalde problemen zal verhelpen. Op deze vlak is de begroting 2012 een gemiste kans om aan een kerntaak te werken. 2. GezondheidsongelijkhedenWe vinden het jammer dat de gezondheidsongelijkheid in Oostende verder zal  onaangepakt blijven in 2012 door gebrek aan langetermijn visie. Oostende heeft nood aan een (wijk)gezondheidscentrum, een laagdrempelige eerstelijnsgezondheidszorg door een multidisciplinair team met nadruk op de meest kwetsbaren. Naast curatieve zorg moet er veel belang worden gehecht aan preventie en gezondheidspromotie in samenwerking met partners in de buurt en in de stad. Er moet gestreefd worden naar goede samenwerkingsverbanden met gezondheids- en welzijnsinstanties in de stad/regio. Het vertrekpunt is de visie dat iedereen recht heeft op kwaliteitsvolle en toegankelijke gezondheidszorg. Een wijkgezondheidscentrum is een centrum waar iedereen uit een bepaalde buurt/stad terecht kan voor de raadpleging van een arts, kinesitherapeut of verpleegkundige. Afhankelijk van de noden kan het aanbod van personeel nog worden uitgebreid na de startfase. Dit multidisciplinair team kan integrale zorg aanbieden met overleg tussen de verschillende disciplines in hetzelfde centrum. Een dergelijk centrum moet kunnen rekenen op een groot draagvlak van mensen, die een dergelijke sociale gezondheidszorg een warm hart toedragen. Daarom is de inspraak van patiënten, personeel, leden en vrijwilligers noodzakelijk.Met zijn Kerngroep Lokaal Gezondheidsoverleg heeft Oostende zijn vooropgestelde strategische doelstellingen in de voorbije jaren niet bereikt. Door een huisartsendienst te organiseren hoopt het Sociaal Huis nu een wondermiddel voor de gezondheidsarmoede te hebben gevonden. De oplossing, volgens ons ligt in de oprichting van een wijkgezondheidscentrum.3. DoorgangswoningenMet de begroting 2012 heeft Oostende de kans gemist om een budgetiare provisie te voorzien voor de subsidiëring van doorgangswoningen van de staatsecretaris voor maatschappelijke integratie en armoedebestrijding. De federale overheid nam de beslissing om voor het vijfde jaar op rij een bijkomend initiatief te nemen om het grondwettelijke recht op wonen te realiseren. De subsidiëring (aanvraag tot 15 februari 2012) biedt een antwoord op de huisvestingssituatie van mensen die niet over een woning beschikken in de volgende omstandigheden:omdat ze onbewoonbaar of ongeschikt zijn verklaardomwille van een gerechtelijk bevel tot uitdrijvingomwille van familiale conflicten (intrafamiliaal geweld inzonderheid)omwille van een ramp zoals een brand, ontploffing of overstromingomdat ze dakloos zijn…Het gaat hier duidelijk om een tijdelijke huisvesting als antwoord op een noodsituatie. De subsidie is bedoeld voor de uitbreiding, inrichting en verbetering van doorgangswoningen. Groen stelt vast dat het OCMW Oostende nog niet heeft ingetekend op deze subsidie terwijl alle centrumsteden in het land dit wel gedaan hebben en daardoor in de mogelijkheid zijn om meer mensen te helpen. De opvang van mensen die na een familiaal conflict op zoek zijn naar een onderkomen voor korte duur of de tijdelijke opvang van het groeiende aantal slachtoffers van huisjesmelkers blijven een dringende zaak in Oostende. Om maar te zwijgen over daklozenopvang. Oostende kan dergelijke subsidie zeker gebruiken om gebouwen in te richten en te verbeteren als noodopvang. De federale middelen kunnen zeker nuttig aangewend worden. Maar Oostende laat de kans gewoon liggen. Ook in 2012.4. DaklozenopvangDat mannen en vrouwen een lotje moeten trekken om te weten wie de pech heeft de koude winternacht op straat te moeten doorbrengen, was in de middeleeuwen misschien aanvaardbaar, maar nu niet meer. Het is schandalig te moeten vaststellen dat dit beleid  in 2012 wordt verder gezet. Dat het OCMW telkens zijn handen in onschuld wast en met de vinger wijst naar de “hogere overheid”, wordt zo stilaan een slechte, grijsgedraaide plaat. Wat Groen! betreft, uitbreiding van de winteropvang moet een optie blijven. We weten intussen dat het verhaal rond aanzuigeffect niet helemaal klopt. Oostende heeft een dergelijke winteropvang nodig.5. Meldpunt DiscriminatieGroen! vindt de uiteindelijke komst in maart 2011 van de langverwachte meldpunt discriminatie in Oostende een goede zaak. We betreuren wel de geringe formele communicatie vanuit het Sociaal Huis naar het werkveld toe om het meldpunt bekend te maken en te promoten. De ondervertegenwoordiging van het werkveld op het voorstellingsmoment is hierbij een klare getuigenis. Zelfs de minderhedenadviesraad Oostende (MARO) van stad Oostende is vragende partij om nauw samen te werken met het meldpunt maar kreeg geen groen licht van ons bestuur. Aan de hand van de begroting 2012 stellen we vast dat er geen daadwerkelijke plannen zijn om het meldpunt ruim bekend te maken. Het meldpunt zou moeten een krachtige hefboom zijn in het strijd tegen discriminatie op basis van niet enkel ras en huidskleur maar ook geloof, geslacht, leeftijd, seksuele voorkeur, afkomst, overtuiging… Het was logisch geweest om het meldpunt in 2012 verder uit te bouwen om optimaal te functioneren. Ervaring van bestaande meldpunten leren dat het meldpunt tot mislukking is gedoemd zonder de passende communicatie naar het werkveld en de burgers. Het beleid heeft voor 2012 gekozen voor een meldpunt die zichzelf zal bekendmaken. Dit is een illusie. 6. Sociaal HuiskrantNaar een efficienter aanpak. Geen €14,378.34 meer voor redactionele werk. Het is ironisch dat het redactionele werk van de kranten van Stad Oostende geen cent kost terwijl die van het Sociaal Huis Oostende de belastingbetalers  €14,378.34 kosten. Groen! vindt dit hoogst onaanvaardbaar. Voor het einde van het huidige samenwerkingsovereenkomst  op 02 september 2012  is het wenselijk  dat er een nieuwe redactiemodel wordt uitgewerkt. Het moet een model zijn die het Sociaal Huis €14,378.34 bespaart. Alle centen moeten in de eerste instantie aangewend worden in de strijd tegen armoede, onze kerntaak. Pas daarna mogen  propagandaprojecten hun plaats nemen. Collins NwekeOCMW raadslid voor Groen!20 december 2011
Oprichting van een Wijkgezondheidscentrum in Oostende Tussenkomst in de raadzitting van het Sociaal Huis van 7 december 2011De bedoeling van voorliggende toelichtingsnota is om het belang van een (wijk)gezondheidscentrum[1] in Oostende toe te lichten. Als raadslid OCMW-Oostende vraag ik tevens aan de administratie van het Sociaal Huis om te onderzoeken in  hoever het oprichten van een wijkgezondheidscentrum in Oostende haalbaar is.1 ProbleemstellingEr is de problematiek van de sociale gezondheidsongelijkheden. Het feit is niet nieuw dat een zwakke sociaaleconomische positie vaak samengaat met een minder goede gezondheid.[2] Ziek worden heeft voor een laaggeschoolde zwaardere economische gevolgen dan voor een hooggeschoolde.Volgens de Kansarmoedeatlas West-Vlaanderen 2011 is één op de vier West-Vlamingen wonende in een kansarme buurt, in Oostende gedomicilieerd (25,8%). Voor Kortrijk is dit 13,2 procent, Brugge 11 procent en Roeselare 4 procent. Hetzelfde rapport stelt dat in West-Vlaanderen 9,44% van de bevolking in een kansarme buurt woont.  Met 40,72 procent is Oostende echter de grote “uitschieter”.  Over kinderen weet de Kansarmoedeatlas ons te vertellen dat van alle West-Vlaamse leerlingen in het lager onderwijs 14,62 procent minstens één jaar schoolse vertraging heeft. Met 29,22 procent van alle leerlingen is Oostende weer één van de koplopers.Daarom moet er een integrale, gecoördineerde armoedebestrijdingspolitiek  komen in Oostende. Werken aan een socialere gezondheidszorg is daarvoor een instrument.2 GezondheidszorgOns gezondheidszorgsysteem scoort goed op de wereldranglijst. We hebben het grote voordeel dat  99% van onze bevolking een ziekteverzekering heeft en dat de verplichte ziekteverzekering veel risico's dekt.Toch zien we nog knelpunten in de toegankelijkheid van de zorg. Patiënten moeten nog altijd remgeld betalen bij de dokter. Het remgeld remt selectief: mensen met een hoog inkomen worden er niet door tegengehouden; mensen met een laag inkomen worden er wel door tegengehouden.Er zijn andere manieren om aan toegankelijke gezondheidszorg te doen. In een wijkgezondheidscentrum krijgt de arts/centrum een forfaitair bedrag per patiënt en moet de patiënt niks betalen.3 Wat bestaat er in Oostende op het vlak van gezondheidszorg en wat zijn de aandachtspunten?[3]Oostende heeft een Kerngroep Lokaal Gezondheidsoverleg, bestaande uit diverse partners die het lokaal gezondheidsplatform voorbereiden. Aandachtspunten:De samenwerking tussen de huisartsen en de lokale overheid is niet optimaal Onduidelijke afspraken met de huisartsenkring rond de huisartsenwachtdiensten Volgens het Lokaal Sociaal beleidsplan is Oostende onvoldoende vertegenwoordigd op diverse fora en overlegorganen, waardoor de Oostendse noden onvoldoende vertaald worden.De vraag stelt zich dan ook hoe Oostende zijn strategische doelstelling om “betaalbare en kwalitatieve gezondheidszorg, onmiddellijk inspelend op de gezondheidsnoden van iedereen” kan bereiken, zonder een andere aanpak.4 Daarom een (wijk)gezondheidscentrum in Oostende, het eerste in West-Vlaanderen!Een laagdrempelige eerstelijnsgezondheidszorg aanbieden door een multidisciplinair team met nadruk op de meest kwetsbaren in Oostende is wenselijk. Naast curatieve zorg moet er veel belang worden gehecht aan preventie en gezondheidspromotie in samenwerking met partners in de buurt en in de stad. Er moet gestreefd worden naar goede samenwerkingsverbanden met gezondheids- en welzijnsinstanties in de stad/regio.Het vertrekpunt is de visie dat iedereen recht heeft op kwaliteitsvolle en toegankelijke gezondheidszorg.Een wijkgezondheidscentrum is een centrum waar iedereen uit een bepaalde buurt/ stad terecht kan voor de raadpleging van een arts, kinesitherapeut of verpleegkundige. Afhankelijk van de noden kan het aanbod van personeel nog worden uitgebreid na de startfase.Dit multidisciplinair team kan integrale zorg aanbieden met overleg tussen de verschillende disciplines in hetzelfde centrum. Een dergelijk centrum moet kunnen rekenen op een groot draagvlak van mensen, die een dergelijke sociale gezondheidszorg een warm hart toedragen. Daarom is de inspraak van patiënten, personeel, leden en vrijwilligers noodzakelijk.Naast de zorgverstrekkers moeten vrijwilligers ook deel uitmaken van het team. Zij staan in voor het onthaal en bij hen kan je terecht om afspraken te maken en om informatie te vragen rond de werking van het centrum.De ervaring leert dat de kracht ligt in het gesprek van persoon tot persoon, rekening houdend met de eigenheid van eenieder. De patiënten aanspreken, motiveren, ondersteunen en opvolgen is cruciaal om resultaten te behalen. Dit vraagt veel tijd, inzet, en toewijding... maar het is een efficiënte wijze van werken.5 Forfaitaire betaling of abonnementsgeneeskundeArtikel  52§1 van de wet van 14 juli 1994 voorziet dat huisartsen, verpleegkundigen en kinesisten forfaitair  kunnen betaald worden op basis van het aantal patiënten dat zich in de praktijk inschrijft.Een persoonlijk aandeel per jaar is eisbaar, maar mag een maximum per jaar niet overschrijden (de situatie is hier verschillend van centrum tot centrum). Een dergelijk centrum ontvangt maandelijks een vast bedrag voor alle ingeschreven patiënten (ongeacht of ze al dan niet  in die maand  naar de consultaties kwamen). Dit bedrag wordt berekend door de diensten van het Riziv op basis van 4 patiëntencategorieën . De maandelijkse bedragen gaan van  6.37 euro tot 33.65 euro (cijfers van 1/7/2011). Dit abonnement omvat de betaling van consultaties en huisbezoeken. Technische prestaties vallen daarbuiten (die worden verrekend via het derde betalers systeem). Indien de patiënt in orde is met zijn mutualiteit betaalt hij geen persoonlijke bijdrage ongeacht de frequentie waarmee hij een beroep doet op huisarts/kinesist/verpleegkundige.6 Preventie en gezondheidspromotieHet forfaitair betalingssysteem laat ook toe tijd te besteden aan preventie en gezondheidspromotie. Dit betekent dat een dergelijk centrum naast het genezen van mensen, ook bezig is met het voorkomen van ziektes (vaccinatieprogramma’s) en het ondersteunen  van mensen om greep te krijgen op de factoren die een invloed hebben op hun gezondheid.7 Gemeenschapsgerichte werkingEen dergelijk centrum wil zich niet alleen richten tot het individu maar ook tot de gemeenschap.Door een actief gezondheidsbeleid naar de wijk/stad toe wil een wijkgezondheidscentrum, in samenwerking met andere partners zoals OCMW, armengroeperingen en ziekenfondsen, de gezondheidsnoden en - behoeften in kaart brengen en van antwoord dienen. Ervaring uit andere steden leert dat het OCMW regisseur kan zijn in dit dossier. Dit wil zeggen: de vergadertafel organiseren en al de actoren samenbrengen om een dergelijk centrum op te starten en samen met de actoren contact op te nemen met de Vlaamse Vereniging van Wijkgezondheidscentra (VWGZ)  www.vwgz.be die met een draaiboek het  ganse voorbereidingsproces voor de realisatie van een dergelijk centrum begeleidt. Het OCMW-Oostende, gesteund door de expertise van VWGZ, en in overleg met onder meer de armenbewegingen, moet de motor zijn van een dergelijk initiatief.8 Financiering In de zoektocht naar startkapitaal kan, in navolging van initiatieven in andere steden, aan de deur geklopt worden bij o.a. de provincie, de stad , de mutualiteiten, Europese Fonds, Koning Boudewijnstichting, Lotto, andere welzijnsorganisaties (Welzijnszorg), stortingen van individuele weldoeners, etc. 9 Vraag tot haalbaarheidsonderzoek Wijkgezondheidscentrum Oostende Vanuit de Oostendse armoede-indicatoren en vanuit de ervaring van een 21-tal wijkgezondheidscentra in België (Mechelen, Gent, Sint-Niklaas, Zelzate, Deurne, Genk...)  vraagt Groen!Oostende dringend  aan de administratie van het OCMW Oostende: 9.1   Om een bespreking te wijden aan deze problematiek9.2   Om de haalbaarheid te onderzoeken met als algemene referentiekader:  valt een wijkgezondheidscentrum in een centrumstad zoals Oostende binnen de prioritaire opdracht voor het OCMW? 9.3   Om en een concreet stappenplan of een tussentijdse rapport  in dit dossier aan de raad te presenteren binnen drie maanden .  0 ConclusieGroen! Oostende is overtuigd van de meerwaarde van een Wijkgezondheidscentrum  in Oostende, waar de armoede toch hoog piekt. Groen! zal zijn constructieve medewerking en expertise bijdragen aan een dergelijk centrum, als instrument van armoedebestrijding. Het zou ook het eerste Wijkgezondheidscentrum zijn in West-Vlaanderen. Er  moet dus veel aandacht besteed worden aan dergelijke netwerken en het maken van goed uitgewerkte samenwerkingsovereenkomsten. Collins NWEKEOCMW-raadslid voor Groen![1] Wijkgezondheidscentrum is een gebruikelijke naam in Vlaanderen. In Wallonië spreekt men over Maison Médicale. Dit betekent niet dat dit in elke wijk in Oostende moet gerealiseerd worden.[2] www. Healthinequalities2010.be[3] Lokaal Sociaal Beleidsplan 2008-2014
Energiearmoede in Oostende Tussenkomst in de raadzitting van 22 november 2011 "Verwarming in de winter is onbetaalbaar voor  vele Oostendenaars. De meerderheid van die energiearmen vallen uit de boot zelfs... Sta mij toe ook even op te merken dat mensen met een budgetmeter uitgebuit worden omdat ze niet anders kunnen dan het duurste tarief van België te betalen. Het verhaaltje dat dit zo is om mensen aan te moedigen over te schakelen op een commerciële leverancier is onaanvaardbaar. Het blijft zo omdat die mensen in de schulden zitten en daardoor niet van leverancier kunnen veranderen. Ondertussen blijft Eandis monster winst maken!"  - Collins NWEKEEerst en vooral wens ik de directeur Algemeen Welzijnswerk, mw Inge Vanthuyne te feliciteren voor haar prestaties. Haar aanwezigheid in en leiding van de dienst begint langzaam maar zeker voelbaar te worden. Een dienst die voor een onaanvaardbare lange tijd zonder leiding zat heeft nu eenmaal tijd nodig om te recupereren.Het voorliggende voorstel  van mw Vanthuyne heeft mijn bezondere aandacht want energiearmoede een groot probleem is.  Cijfers uit de Armoedeatlas West-Vlaanderen 2011 wijzen aan dat Oostende kooploper is wat energiearmoede betreft. Dat Oostende nu permanent wil intekenen op het systeem van de minimale levering van gas is danook een goede zaak. Maar daardoor is energiearmoede niet opgelost.  Verwarming in de winter is onbetaalbaar voor  vele Oostendenaars. De meerderheid van die energiearmen vallen uit de boot zelfs. Hiermee een verhaal van een medeburger:“Het is namelijk zo dat er elke week 5 euro afgetrokken wordt voor de afbetaling van de schuld die in de budgetmeter zit.  Ik begon met 900 euro schuld in de meter. Als ik niet oplaadt gaat het saldo van de meter onder nul. Dus als ik een maand niet oplaadt gaat het saldo van de meter 20 euro onder nul. Als ik wel oplaadt dient een derde van het bedrag om dat saldo onder nul aan te vullen, waarna er nog steeds 5 euro per week vanaf gaat om de schuld af te betalen. Het resultaat? Als ik voor 60 euro per maand oplaadt ontvang ik slechts voor 20 euro gas, dit aan het duurste tarief van België” Het afbetalen van de schuld die in de budgetmeter zit moet anders geregeld worden. Zoals het nu geregeld word is het niet meer mogelijk om in de winter nog verwarming te hebben. Voorbeeld: als een klant voor 120 euro oplaadt gaat er een derde vanaf om het negatief saldo aan te vullen en vervolgens nog eens 5 euro  per week om de overgebleven schuld af te betalen. Resultaat: van de 120 euro houdt de klant 60 euro over. Op die manier is de motivatie bij de klant om die schuld af te betalen onbestaande.Sta mij toe ook even op te merken dat mensen met een budgetmeter uitgebuit worden omdat ze niet anders kunnen dan het duurste tarief van België te betalen. Het verhaaltje dat dit zo is om mensen aan te moedigen over te schakelen op een commerciële leverancier is onaanvaardbaar. Het blijft zo omdat die mensen in de schulden zitten en daardoor niet van leverancier kunnen veranderen. Ondertussen blijft Eandis monster winst maken! Hiermee mijn vragen:Kun u mij verzekeren dat de minimale levering van gas zoals voorgesteld de aangehaalde problemen zal verhelpen?Ik  betwijfel niet dat een groot deel  van dit probleem een bovenlokaal aspect heeft. Maar welke plannen hebben wij als Sociaal Huis om deze problemen aan te kaarten bij de bevoegde instanties? Collins NWEKE (Groen!)raadslid

Het is gebruikelijk om rond deze periode van het jaar de traditionele vraag voor te leggen om de aansluitingsdatum voor het indienen van kandidaturen van jobstudenten voor de zomerperiode  vast te stellen. Zoals altijd wordt ook verwacht dat alle traditionele partijen zonder enige probleem hun goedkeuring zullen verlenen aan deze vraag.

OCMW raadslid Collins Nweke (Groen!) stelt zich ernstige vragen bij de manier waarop de Algemene Vergadering van het Serruysziekenhuis van 31 oktober 2011 werd bijeengeroepen. Een statutenwijziging stond op de agenda zonder toelichtende documenten. Dat is een amateuristische manier van werken.

The impending Bill on Nigerian Diaspora Commission is second to the last leg of the race to equip Nigeria with the requisite tool to mine, in a strategically impactful manner, the abundant human and financial capital of its citizens resident abroad. If care is not taken, the Bill can also mean an abrupt end to a genuinely promising journey began about a decade ago.

Het is ironisch dat het redactionele werk van de publicaties van Stad Oostende geen cent kost terwijl die van het Sociaal Huis Oostende de belastingbetalers  €14,378.34 kosten. Groen! vindt dit hoogst onaanvaardbaar.